Architectuur voor naadloze integratie
Het ActivePlatform is cloud-native, microservices-gebaseerd en API-first ontworpen. Elke microservice binnen het platform publiceert een REST API die vrijwel alle bedrijfsfuncties ondersteunt, inclusief CRUD-operaties (Create, Read, Update, Delete). Het platform stelt REST API-endpoints beschikbaar als integratiemechanisme voor het koppelen van systemen en apparatuur.
Via deze REST API-endpoints faciliteert het ActivePlatform externe integraties voor zowel inkomend als uitgaand verkeer, via HTTP (synchrone aanroepen) en messaging (asynchrone aanroepen).
Synchrone REST-integratie
Bij synchrone integratie hanteren alle API’s van het ActivePlatform een consistente aanroepstructuur en communiceren zij uniform via JSON-payloads. Toegang tot deze API’s verloopt via beveiligde HTTPS REST-endpoints. Een geauthenticeerd systeem (de aanroepende applicatie) kan direct elk API-endpoint aanroepen. Bij REST-gebaseerde integratie ontvangt het aanroepende systeem onmiddellijk een response. Het aanroepende systeem moet echter beschikken over de benodigde infrastructuur om foutafhandeling te ondersteunen en verzoeken op te schalen om de vereiste throughput te realiseren.
Asynchrone queue-integratie
Queue-gebaseerde integratie met het ActivePlatform volgt een consistente integratiearchitectuur over alle interfaces. Deze methode maakt gebruik van Google Pub/Sub voor asynchrone integratie en biedt diverse integratiemogelijkheden, waaronder Pub/Sub API’s en verschillende client libraries.
Wanneer berichten worden geplaatst in een specifieke Google Pub/Sub-queue, verwerkt en routeert de messaging-infrastructuur van het ActivePlatform deze berichten naar de beoogde endpoints. Dit wordt ondersteund door een uitgebreid message queue management-systeem dat betrouwbare berichtaflevering waarborgt.
Bij asynchrone queue-integratie schaalt het ActivePlatform queue-processors dynamisch op of af om piekbelasting in berichtverkeer op te vangen. Deze schaalvergroting of -verkleining wordt automatisch afgestemd op de responstijden van de doel-API-endpoints.